Het magazine
Uitgelicht
In deze rubriek vindt u achtergrondinformatie over onderwerpen in het blad.
KOP VAN SCHOUWEN
Jan Midavaine (58) runt, samen met zijn vrouw Ellen, al 41 jaar het trampolinecentrum Westerschouwen. 'En met veel plezier. Al die kinderen die zich hier lekker even komen uitleven - prachtig!' Hij kreeg de smaak te pakken toen hij als vijftienjarige vakantiewerk deed bij trampolinecentra op Walcheren. 'Maar ik wilde niemand voor de wielen rijden. Een vriend zei tegen me dat ik eens op Schouwen moest gaan kijken. Ik was meteen verkocht. Het is hier prachtig en er waren toen al heel wat campings. Maar geen enkele ontspanningsmogelijkheid.' Jan en Ellen streken in Westenschouwen neer. Eerst een eindje verderop, sinds 1994 bij de rotonde.
Jan en Ellen maken sinds de jaren negentig elk jaar een fiets- of wandelroute in de omgeving. 'Toen ik hier nog geen week zat, trok de boswachter me aan mijn jasje. Hij had die middag twee schoolklassen, die hij moest gidsen, en hij dacht dat ik er wel één voor mijn rekening kon nemen. Ik riep nog: 'Dat kan ik niet', maar hij zei: 'Loop maar gewoon achter me aan, het komt wel goed.' Hij heeft me gewoon in het diepe gegooid. In de loop der jaren heb ik mezelf op dit terrein ontwikkeld en in 1990 deed ik de natuurgidsencursus van het IVN. Ter afsluiting van die cursus maakten Ellen en ik een route langs bomen bij ons in de buurt. En daar zijn we niet meer mee gestopt. We hebben routes door de polder, door het bos, een Karolinische burg-route, een Jacob Cats-route - noem maar op.'
Trampolinecentrum Westerschouwen
Jan en Ellen Midavaine
Steenweg 13a
Westenschouwen
www.jantrampoline.nl
Trampolines, skelters, bolderkarren, fietsen Diverse excursies (bedrijfsuitje, kinderfeestje, schoolexcursie)
Veerhuizen in Zeeland
Rondje met het pontje: http://rondjepontje.vvvzeeland.nl/index.lp
Andere veerhuizen in Zeeland:
Restaurant De Heerenkeet - Kerkwerve
Restaurant Katseveer - Wilhelminadorp
Restaurant Het Veerhuis - Kortgene
Restaurant en hotel het Veerhuis - Sint Philipsland
Café 't Veerhuis - Yerseke
VLISSINGEN volgens Don Monfils
Don Monfils is geboren in Vlissingen en heeft er jaren gewoond. Hij is partner in Architectenbureau WTS Architecten Vlissingen en heeft een eigen voeling met en kijk op de stad.
Je kunt er niet precies je vinger op leggen wat de Vlissingen is. Dat komt deels doordat er altijd veel is gebouwd. Als je naar bijvoorbeeld Amsterdam kijkt, dan zie je een stad voor je met de grachtengordel en daar omheen uitbreidingen van wijken. Er is een structuur. In Rotterdam en Vlissingen is er tijdens de wederopbouw in de jaren '50 en '60 een heel nieuw centrum ontstaan. Dat komt deels door schade uit de oorlog.
Aan de ene kant was ik heel trots op die nieuwbouw. We hadden in mijn jeugd een nieuwe winkelstraat: De Lange Zelke met heel erg moderne winkels: een V&D en een Hema. Aan de andere kant: Vlissingen heeft wel heel erg rigoureus gebouwd en gesloopt. Er waren daar allemaal kleine straatjes met oude panden.
Toch loopt de geschiedenis wel door in de stad. Architectuur is een spiegel van de tijd en dat klopt ook echt in Vlissingen. Ook leuk is dat we wel altijd van alles uitproberen in Vlissingen, ook als het economisch minder gaat.
Vlissingen is een echte havenstad; een stad van bouwers. Op de werf van De Schelde zag je eenmaal per jaar een schip boven de stad uitgroeien. Heel Vlissingen was daardoor bij de bouw van die schepen betrokken. De Schelde had ook een scheepstoeter. Ging die af dan wist de hele stad: het is twaalf uur, lunchtijd. Maar je kwam niet op het terrein van de Schelde (tenzij je er werkte natuurlijk). Je zag de kranen, hoorde allerlei geluiden en heel Vlissingen was wel betrokken bij de werf.
In de jaren '60 en '70 kwamen er uitbreidingswijken bij de stad zoals Paauwenburg. Dat was wat de Bijlmer voor Amsterdam was. De wijk werd ruim en groen opgezet. Veel bewoners van de wijk kwamen uit slechte woningen in de binnenstad en waren er gelukkig met hun moderne keukentje en het feit dat de woningen zelfs een eigen badkamer hadden. De wijk raakte in de loop der jaren in het slop, maar is nu weer gerevitaliseerd. De architect Bhalotra maakte hier een plan voor. Een deel van de huurwoningen werd gesloopt en er kwamen koopwoningen tussen. Hij begon met een cirkel van gebouwen en van daaruit heeft de vernieuwing zich over de wijk verspreid.
Mijn moeder woont hier nu ook weer. Ze had heimwee naar het zicht over de Westerschelde. Ze woont heel hoog in een flat en van daaruit kan ze het water zien. Vlissingers voelen zich ook echt Vlissingers. Ik heb dat zelf ook. Die binding met de kust. Ik zal niet zo snel langere tijd op vakantie gaan naar de bergen. Als ik op bijvoorbeeld Bonaire ben en ik raak het water van de zee aan, dan ben ik toch gelijk een beetje thuis. Ik houd ook van het ritme van eb en vloed. Je leert daardoor dat dingen tijdelijk zijn. Tijdelijkheid is ook wel een beetje een Zeeuwse conditie. Neem bijvoorbeeld alle tijdelijke bewoners. Elk weekend zie je de toeristen komen en dan weer gaan. Elke ochtend gaan de strandhuisjes allemaal open en 's avonds weer dicht. Hetzelfde geldt voor het bouwen van schepen. Je werkt er een jaar aan. Dan vaart ie weg en begin je weer opnieuw. Dat zijn de Zeeuwen wel gewend.
Vlissingen heeft altijd iets maritiems. Iedereen kent wel iemand die loods is of vaart. Toch zijn er maar weinig plaatsen waar je de zee kunt zien zoals bijvoorbeeld de boulevard. Nergens gaan de schepen zo dicht aan de kust als daar. De boulevard is een plek van ontmoeting tussen Vlissingen en de zee. Het is tegelijk doordat het eigenlijk één lange plank met huizen en gebouwen is, ook een barrière. Vlissingen kende vroeger een echte badcultuur aan de boulevard met een pier, badcabines en chique hotels. Ik heb in één van die hotels nog mijn eerste punkconcert gezien. Stonden al die obers daar in hun witte jasjes. De boulevard is erg afwisselend. Er is een hoog en dynamisch stuk en een lager stuk. Het hoge, nieuwe stuk moet weer een stuk vrolijkheid meekrijgen zoals we die vroeger in de badcultuur kenden. Dat doen we bijvoorbeeld met mozaïekjes en verschillende kleuren. Alle gebouwen hier zijn echt individueel.
Er staan heel veel mooie plekken en gebouwen in Vlissingen, al moet je soms wel uitleggen aan de mensen waarom een gebouw mooi is. Niet iedereen vindt een gebouw uit de wederopbouw mooi, maar als je het in een historische context plaatst en er uitleg bij geeft, dan snapt iedereen de architectonische waarde van zo'n gebouw. Het Arsenaal is een mooi gebouw. Het heeft een uitkijktoren die ontworpen is door WTS Architecten. Ook mooi vind ik het muZEEum, een oud gebouw, met verrassende nieuwbouw . En het station. Het ligt heel decentraal, maar ik raad iedereen aan hier met de trein naartoe te komen. Je ziet daar gelijk de haven en de sluizen en je voelt en ruikt de zeewind.
De entree met de auto is minder, hoewel er wel een weg loopt langs het voormalige Scheldeterrein dat we nu gaan ontwikkelen. We willen de sfeer er behouden en dan is zo'n heel terrein bebouwen moeilijk. We proberen oude gebouwen daarom te bewaren en het dok dat er ligt, is sowieso een maritieme herinnering. Je hebt ook zicht op de havens: de vissersschepen en de boeienleggers van Rijkswaterstaat. Vroeger kwam je hier niet. Het was een soort verboden stad. Nu wordt dit gebied ontsloten. Als eerste komen er drie bouwblokken rond het Dokje van Perry. Hieraan werken wij samen met een team architecten onder leiding van projectontwikkelaar AM. Rond dit dok werd vroeger steeds meer ruimte geannexeerd door De Schelde. We proberen nu het weefsel van de oude stad te herstellen en een aantal oude loodsen te behouden. Het worden open blokken met binnentuin en er komen mooie kades. We willen niet alleen de herinnering aan De Schelde hier doen herleven, maar ook die aan de oude binnenstad. Er komen kleine straatjes waar je doorheen kunt slenteren. Dat geeft ook gelijk beschutting, wat fijn is in een stad waar het weer zo weerbarstig is. Het is een spannend project omdat iedereen er een mening over heeft, want elke Vlissinger heeft hier een stukje geschiedenis.
Er staan niet alleen mooie gebouwen in Vlissingen, maar dat geeft niet. Vlissingen kan wel wat lelijkheid hebben omdat het zo'n dynamische stad is. In een standaard monumentenstad valt een lelijk gebouw veel meer op. Hier wordt altijd gesleuteld aan gebouwen. En je moet ook uitkijken met verfraaien en oppoetsen. Dat past soms gewoon niet. We hebben de Walstraat-zuid nu gerestaureerd. Het is heel mooi geworden, maar het duurt nog heel even voor het weer echt onderdeel van de stad wordt."